Beelddenken

BeelddenkenHet woord beelddenken gebruiken we omdat het visuele aspect de primaire rol speelt.
Deze vorm van informatieverwerking en begripsvorming is non-verbaal en gaat gewoonlijk geheel onbewust, heel snel, is creatief en innovatief.
Oplossingen voor problemen lijken er gewoon in één keer te zijn, zonder dat bewust te achterhalen is hoe deze zijn ontstaan of bedacht.

Alleen het complete en totale beeld dat is ontstaan is men zich bewust, niet de weg ernaar toe. Om te communiceren hebben we echter ook gesproken of geschreven taal nodig.

Voorkeur voor beeld- of taaldenken

Beelddenken, non-verbale informatieverwerking, is een gave waarmee we als mens geboren worden.
Er is immers vanaf onze geboorte nog geen taal. Voordat taal wordt (aan)geleerd zijn we allemaal nog creatief, associatief, ondernemend, nieuwsgierig, intuïtief en origineel denkend en doende.
Vanaf het moment dat we verbale en vervolgens schriftelijke communicatie leren, ontstaat er een keuze; informatieverwerking verbaal en/of non-verbaal dus in taal en/of beeld.

Zoals voor zoveel dingen ontwikkelen we, vaak geheel onbewust, een voorkeur. Zo ook voor beeld of taal. De één kan aan de hand van een afbeelding direct zien hoe de installatie van een machine in zijn werk gaat terwijl de ander daar toch echt liever een handleiding voor leest. Wie zich niet bewust is van welke voorkeur is ontwikkeld, kan voor grote problemen komen te staan.

Beelddenkers hebben meer tijd nodig

Een beelddenker ‘ziet’ bij voorkeur in beelden. Om te kunnen communiceren dient hij vervolgens deze beelden te vertalen in verbale of schriftelijke taal, dus in woorden. Hierdoor heeft een beelddenker veel tijd nodig. De ontvangen verbale of schriftelijke informatie wordt eerst omgezet naar beelden welke vervolgens weer omgezet dienen te worden naar woorden. Het reproduceren van of reageren op talige informatie kost dus veel tijd en energie.

Het verwerken van seriële informatie (op tijd en volgorde) kost beelddenkers vaak veel moeite en veel van de aangeboden gesproken en geschreven informatie gaat dan  ook voor hen verloren. Dit kan op school tot behoorlijke achterstanden leiden. Zij zijn gewend om alle informatie (wat álle zintuigen waarnemen) tegelijk te ontvangen en te verwerken in beelden, wat vele malen sneller gaat dan de talige wijze. Het omzetten van de ontvangen talige informatie naar ‘beeld’ en weer terug naar taal vergt veel meer tijd dan veelal gegeven wordt.

Beeld- en taaldenken verschillen

Problemen in het onderwijs

Bij ouders en leerkrachten is relatief nog weinig bekend over beelddenken. Het signaleren en herkennen bij leerlingen die relatief meer een voorkeur voor beelden dan taal hebben is daarom vaak moeilijk. Ouders en leerkrachten geven dan aan dat zij niet begrijpen dat sommige leerlingen niet mee kunnen komen in de klas, terwijl de nodige capaciteiten en intelligentie bij deze leerlingen duidelijk aanwezig zijn.

Beelddenkers lopen dan ook meer kans vast te lopen in ons talige onderwijs en problemen te ontwikkelen op het gebied van spelling, tekstbegrip, vreemde talen, automatiseren, concentratie, structuur aanbrengen en het werktempo. Voor hen is niet altijd duidelijk wat er precies van hen verwacht wordt, met name hoe zij de stof dienen te beheersen. Bij proefwerken lezen zij wat zij denken wat er staat en geven zij antwoorden die zijn ingegeven door hun creatieve en associatieve manier van denken. Die antwoorden zijn dan soms ook niet eens geheel onjuist maar net niet de antwoorden die door de leerkracht wordt verwacht.

Door het er- en herkennen van beelddenken bij leerlingen in het huidige onderwijs kan voorkomen worden dat zij zich eenvoudigweg dom gaan voelen. Vaak wordt hen de tijd niet gegund om een antwoord te formuleren en worden deze al door een ongeduldige ouder en/of leerkracht gegeven. Dit werkt ontmoedigend en de beelddenker gaat steeds meer aan zichzelf twijfelen.

Demotivatie en verlies aan zelfvertrouwen

BeelddenkenDe grote inspanningen, tijd en moeite die een beelddenker besteedt aan het leren en begrijpen van de les- en leerstof leiden dan ook vaak niet tot de gewenste resultaten.
Dit werkt zeer demotiverend en frustrerend en brengt vaak ook de nodige spanningen in de thuissituatie met zich mee. De kans dat zij aan zichzelf en hun capaciteiten gaan twijfelen wordt steeds groter en het overbruggen van de opgelopen achterstanden wordt als bijna onhaalbaar geacht.

Ze hebben er tenslotte al alles aan gedaan om betere cijfers te halen, echter zonder resultaat. Het zelfvertrouwen neemt daarmee steeds meer af en het de kans op het ontwikkelen van faalangst wordt groter.

Beelddenkers dienen op een voor hen passende manier te kunnen leren en worden aangesproken wil de lesstof landen en beklijven. Het gebruikmaken van hun natuurlijke talent om in beelden te denken, maakt dat de training Leren Leren Methode voor hen uitkomst biedt. Het gelijktijdig inzetten van taal én beeld geeft hen de nodige houvast om talige informatie op hun eigen specifieke en unieke manier te kunnen verwerken.

Taaldenken

De introductie van taal(denken) vindt plaats vanaf groep 3. Het beelddenken wordt dan bijna geheel naar de achtergrond geschoven. Je wordt geleerd dat taal bestaat uit symbolen, klanken en betekenissen en werkt op volgorde. Deze nieuwe andere vorm van informatieverwerking is niet voor iedereen even gemakkelijk te leren. De principes en uitgangspunten voor beeld- en taaldenken staan immers bijna haaks op elkaar.

Een taaldenker verwerkt informatie primair vanuit de linkerhersenhelft, is auditief sterker en kan beter overweg met mondelinge instructies. Het tijdsbesef is beter ontwikkeld en het denken gaat meer vanuit de analyse.
Het leren gaat veelal in chronologie en door herhaling (stampen).
Taaldenkers hebben het eenvoudiger in het onderwijs doordat het aanbod van de lesstof meer inspeelt op hun primaire wijze van informatieverwerking.

Echter, dit geeft geen garantie voor succes. Ook voor taaldenkers die problemen ondervinden in het onderwijs, werkt de Leren Leren Methode evenzo goed.

Het aanspreken van hun natuurlijke gave om in beelden te kunnen denken, geeft ook deze leerlingen een hernieuwd vertrouwen in hun eigen, zeer toereikende capaciteiten. Het werken en leren volgens de Leren Leren Methode waarbij beeld op een unieke wijze aan taal verbonden wordt, biedt voor hen de nodige houvast om weer te kunnen vertrouwen op hun eigen capaciteiten.

Bekijk hier de video van Leraar 24 over beelddenkers en taaldenkers op school.